www.hartinfo.nl

Mijn bypassoperatie 1997

Ongeveer 8 maanden nadat ik thuis was na het hartinfarct besloot ik de cardioloog te vragen wat er aan de hand was, dit pastte helemaal niet bij de vrolijke prognose uit de folders. Na aanhoren van mijn klachten, benauwdheid bij inspanning en regelmatig tintelende vingers, besloot hij een hartcatheterisatie te doen.

Dit is een onderzoek waarbij er via een slagader in de lies een contrastvloeistof in de kransslagaders gespoten wordt. Daardoor wordt zichtbaar of en hoeveel verstoppingen er zijn. Tevens werd er een afspraak gemaakt voor een cintigrafisch onderzoek, een fietstest waarbij er een radioactieve stof wordt ingespoten, dit ook om te zien wat en hoeveel er verstopt zit.

een voorbeeld van een omleidingBeide onderzoeken lieten onomwonden zien dat een groot deel van de kransslagaders behoorlijk dicht zat. Voor de cardioloog was het in een keer duidelijk, een bypassoperatie. Vreemd genoeg schrok ik nauwelijks van deze conclusie, het voelde eerder aan als een opluchting. Nu wisten ze tenminste de oorzaak er er zou iets aan gedaan worden.
De cardioloog legde uit wat de bedoeling was, met aders uit mijn been zouden verstopte stukjes kransslagader worden overgeslagen, er zouden omleidingen gemaakt worden om de verstopte delen te passeren. Daarna zou mijn hart weer zuurstofrijk bloed ontvangen en zouden de klachten verdwijnen.

Ik werd opgeroepen voor een informatiemiddag in het Onze Lieve Vrouwe Ziekenhuis in Amsterdam. Daar werd door een heel team uitleg gegeven over de operatie en over de procedure eromheen. Met zo'n 20 man/vrouw zaten we te luisteren naar een van de chirurgen en naar een dame van Patiëntenbegeleiding. Er werd van alles uitgelegd en er was ruimte voor vragen. Ikzelf had geen vragen, ze zouden me immers gaan repareren, ik vond het al lang best.

Al na een maand was ik aan de beurt en werd ik uitgenodigd op een vrijdagochtend te verschijnen. De dag begon met koffie en een gezellig praatje. Een dame van patiëntenbegeleiding legde uit dat haar taak was mij door de moelijke dagen heen te slepen, tevens zou ze als vraagbaak fungeren. Ook mijn vrouw kon altijd bij haar terecht voor vragen.

Dit wordt geen klachtenpagina, maar over patiëntenbegeleiding kan ik kort zijn, leuk verteld maar in de praktijk waardeloos. Toen het moeilijk werd was er niemand te bekennen, zowel mijn vrouw als ik zijn erg teleurgesteld in deze "service".

Deze vrijdag werd verder gevuld met enkele onderzoeken, röntgenfoto's, bloedonderzoek en ik zou een voor-gesprek met een fysiotherapeut, een anestesist en een chirurg krijgen. Helaas bestond de dag verder alleen nog uit wachten, de therapeut en beide specialisten heb ik niet gezien.

Zaterdagochtend mocht ik naar huis, alle ondersteunende diensten werken alleen van maandag t/m vrijdag. Ik kon me zondagmiddag om 14.00 uur weer melden, dan zou alles voorbereid worden. Verwarrend maar prettig, thuis is altijd leuker.

Zondagmiddag meldde ik me weer op de afdeling en ik kreeg een (ander) bed toebedeeld. Terwijl ik mijn tas uitpakte kwam een verpleger met een nogal shockerende mededeling; wegens onvoorziene drukte was mijn operatie uitgesteld, ik moest maar weer naar huis gaan.
Uiteraard was dit een heel vervelende situatie, ik schrok er dus behoorlijk van. Terwijl de verpleger me een beetje probeerde op te monteren noemde hij me ineens "meneer Jansen". Ik keek hem ongelovig aan en meldde dat mijn naam al jaren Koek is. Hij trok wit weg en keek geschrokken in de status die hij mee had genomen, u bent toch meneer Jansen? Nou nee, niet echt, zei ik, zo heet ik niet. Al snel bleek de vergissing, ze hadden een meneer Jansen verwacht, geen meneer Koek. Ik was verwisseld met een ander. Na wat gestamel van excuses werd de goede status gevonden en kon ik dan toch mijn intrek nemen. Ik wil er maar niet aan denken wat er had kunnen gebeuren als de verwisseling niet of pas veel later opgemerkt was.

Na deze commotie kreeg ik dan toch een bed en was de eerste activiteit het scheren. Voor een operatie als een bypass wordt al het haar van armen, benen en borst verwijderd, om het risico op infecties zo klein mogelijk te houden. Het scheren was een feest op zich, twee verplegers kwamen met zo'n 20 droge (!) wegwerpscheermesjes het karwei klaren. Dat heb ik geweten, behalve de gewone uitschietertjes, kleine sneetjes, werd mijn scheenbeen zo ongeveer ontveld omdat daar nogal wat littekenweefsel zit, het resultaat van jaren voetbal. :-) Daarna mocht ik douchen met een desinfecterende en ontsmettende douchegel, ook dat was niet echt leuk. Stel je prikkende shampoo in je oog voor maar dan erger.

Schoon tot op het bot stapte ik de douche uit, ik mocht wachten op de anesthesist, de fysiotherapeut en de chirurg. Alleen de anesthesist kwam, en vertelde dat hij heel zorgvuldig zou werken, ik zou 6 a 8 uur onder narcose blijven en dan nog een tijd onder een lichtere vorm van narcose gehouden worden tot de pijn wat minder zou zijn. Een duidelijk verhaal.

De fysiotherapeut kwam helaas niet opdagen, hij/zij had moeten uitleggen dat ik met gerichte oefeningen wat minder pijn bij het ademen zou hebben, hoorde ik later. Ook de chirurg had het kennelijk te druk, ook niet gezien.

Maandag, de dag van de operatie heb ik alleen van horen zeggen, behalve de spanning was de narcose zo doeltreffend dat ik van die dag niet meer dan flarden zelf weet. Ik kreeg de narcose toegediend, ik werd aangesloten op de hart-longmachine en de operatie is uitgevoerd. Ik kreeg 3 omleidingen en na ongeveer 4 uur werd ik naar de intensive care gebracht.

Daar mocht mijn vrouw me even zien en werd goed in de gaten gehouden of alles goed ging. Helaas was dat niet direct het geval, er bleek een forse lekkage te zijn die noodzakelijk maakte dat ik enkele liters bloed toegediend kreeg. De artsen overwogen enige tijd zelfs opnieuw opereren maar gelukkig werd de bloeding met behulp van medicijnen gestopt, de operatie was toch geslaagd. Met een aantal slangen, veel toeters en bellen aan en uit mijn lijf sliep ik de dag door.

Voor mijn vrouw was het natuurlijk zeer spannend, toen de lekkage duidelijk werd had zij behoefte aan wat steun, bijvoorbeeld van de patiëntenbegeleiding. Helaas vond die dame het kennelijk ook maar eng, ze verdween en is niet meer in beeld geweest. Een minpunt dat ik ook later aan het ziekenhuis heb laten weten.

Op de intensive care werd ik zorgvuldig bewaakt, ik had een slang in mijn keel voor de beademing en kon daarom niet praten. Toen mijn vrouw me 's avonds bezocht bleek ik van de lekkage en de commotie er omheen toch wat gemerkt te hebben, ik maakte met gebaren duidelijk dat ook ik dat erg eng gevonden had. Ik kon haar met eenvoudige gebaren duidelijk maken dat ik echt wist dat zij er was en zelfs maakte ik duidelijk dat het allemaal goed zou komen.

Na een (voor mij) rustige nacht mocht vroeg in de dinsdagochtend de slang van de beademing er uit. Om een of andere reden had ik dwars door de narcose heen in mijn kop gehaald dat die slang geribbeld was, het uithalen vond ik dus bij voorbaat doodeng. Er was zelfs even sprake van paniek omdat ik erg tegenstribbelde. Een heel lieve verpleegster stelde me echter zodanig op mijn gemak dat de slang er gemakkelijk uit gehaald kon worden, hij bleek niet geribbeld. Dat scheelde, nu kon ik tenminste weer praten, dacht ik. :-) Ik was zo duf en moe dat er niet veel meer dan wartaal uit kwam.

Ik werd overgebracht naar de afdeling special care, een iets "minder enge" bewakingsafdeling. Ook daar heb ik eerst heel diep geslapen en toen ik voor de eerste keer bewust wakker werd zag ik een heel vredige zaal, mooi licht en vriendelijk personeel. Ik mocht even mijn bed uit, op een stoel zitten en al snel gaf ik aan dat ik voornamelijk honger had, ik had sinds zondagavond niet meer gegeten of gedronken. Ik kreeg een bordje pap van het een en ander aangeboden maar dat was niet echt aan mij besteed, ik gruwel van pap. :-) Gelukkig waren er ook boterhammen en ik verbaasde de verpleging door met smaak 4 boterhammen op te peuzelen.

Ik bleef 1 dag op die zaal, die ik me herinner als wit, mooi en vredig en ging toen terug naar de gewone verpleegafdeling. Daar kreeg ik via een dun slangetje in mijn neus nog wat extra zuurstof toegediend tot het ademen wat gemakkelijker zou gaan. Daar maakte ik ook kennis met de fysiotherapeut, die me wat tips gaf om de pijn te verzachten bij het opstaan, omdraaien en bij het ademen.

Van echt hevige pijn heb ik eigenlijk niet zoveel last gehad, het borstbeen voelde niet echt lekker, maar eerlijk gezegd viel dat me ontzettend mee. Als ik al last had, was het van de wondjes op mijn been, daar waar de ader er uitgehaald was. Verder had ik het idee dat mijn schouder uit de kom was (geweest), maar alles bij elkaar voelde ik me voornamelijk uitstekend.

Het allerbelangrijkste verschil was direct duidelijk, ik kreeg weer zuurstof als ik ademde, ik had meteen door dat de operatie geholpen had.

Donderdag mocht ik voor het eerst zonder zuurstofslangetje en mocht ik ook al een stukje wandelen. Voorzichtig schuifelde ik over de gangen en al snel besloot ik dat het allemaal uitstekend was verlopen en dat alles me meeviel.

Zaterdag's werd ik overgebracht naar het Diaconessenhuis in Heemstede, een stukje dichter bij huis. Ik kreeg een bed toebedeeld op een gezellige zaal en ik kreeg begeleiding van een fysiotherapeut om weer te leren lopen en traplopen met een beetje vertrouwen.

Dat ik al drie dagen op de gangen had rondgelopen in Amsterdam verbaasde hem maar het bleek een plezierige voorsprong. Toen ik zei dat ik wilde douchen werd me verteld dat ik nog lang niet in die "fase" zou zitten. Ik had echter nog nooit van een fase-systeem gehoord, ik had al meerdere keren gedouched. In Amsterdam werkte men niet met een dergelijk fase-systeem.

De fysiotherapeut keek ook naar mijn schouder, waar ik steeds meer last van kreeg en constateerde een gescheurd kapsel. Op de operatietafel had men kennelijk even wat grof moeten werken tijdens de operatie, dat is dan terecht wat minder belangrijk. Ik kreeg een mega-injectie in mijn schouder, die al na een paar minuten hielp, de pijn verdween snel en kwam niet meer terug.

Een maatschappelijk werkster zou gaan regelen dat ik huishoudelijke hulp kreeg als ik weer naar huis mocht, want voorlopig mocht ik zelf niet veel doen.

Vrijdag rond 10 uur kreeg ik te horen dat ik naar huis mocht, alleen even een gesprekje met de maatschappelijk werkster en het was in orde. Helaas kwam daar niets van terecht, ze bleek me totaal vergeten te zijn en moest op stel en sprong nog gaan bellen naar de thuiszorg.
Uiteraard lukte het niet om op die termijn nog iets te regelen, ze stelde voor dat ik dan maar tot maandag zou blijven.(!)
Geen goed plan, vond ik, 3 extra dagen ziekenhuis omdat zij me vergeten was. Ik ging naar huis en wel direct. De zaalarts maakte een stapel recepten in orde en maakte een eerste afspraak voor me bij de trombosedienst.

Daar zou ik nog 2 maanden onder controle blijven. Nogal kwaad over alles wat misgegaan was belde ik een schoonzus, die me kwam ophalen. Rond 4 uur zat ik weer thuis na een angstig avontuur dat twee weken geduurd had.

De hele geschiedenis had op mijn partner meer indruk gemaakt dan op mij, zo leek het wel; ik was immers weer gerepareerd...
Dat bleek echter schijn, lichamelijk was ik weer redelijk opgelapt, geestelijk stortte ik langzaam in een dal dat ik niet voor mogelijk gehouden had. Al die tijd had ik mezelf afgeschermd van mijn gevoel, voornamelijk van mijn angst.

Het kostte me ruim 4 jaar (!) om weer een beetje de oude te worden, mede dankzij uitstekende hulp van een therapeute van het RIAGG kwam ik uit een diepe depressie en weer een beetje in het reine met mezelf. Ik leefde nog en ik wilde ook weer leven.

Dankzij de hulp van een goede vriendin die (inmiddels) reiki-master is, heb ik geleerd anders naar het leven te kijken. Ik heb geleerd om te gaan met de lichamelijke beperkingen (kortademigheid, gebrek aan uithoudingsvermogen en snelle vermoeidheid bij zware inspanning) en belangrijker voor mij, ik ben geestelijk weer een beetje in balans.

Mijn vrouw heeft me al die tijd ontzettend gesteund, zonder haar had ik de strijd niet gewonnen.

Ik ben nu weer in staat een gelukkig leven te leiden. We runnen een klein webdesignbedrijf vanuit huis.

Ik bleef niet meer onder controle van een cardioloog, ik slik braaf mijn carbasalaatcalcium, mijn lipitor en mijn acupril. Ik heb van bijwerking geen last en het gaat goed.

De meeste geheugenproblemen die ik vooral na de operatie had zijn goedeels verdwenen en wat gebleven is vang ik op door veel op te schrijven.

Ik heb in 2000 nog wel een stukje hechting laten verwijderen van mijn borstbeen. Tijdens de bypassoperatie is het borstbeen gehecht met behoorlijk dik staaldraad, één stukje draad drukte precies op een zenuw in de huid en dat irriteerde nogal.

Het verwijderen was een pijnlijke maar eigenlijk ronduit komische gebeurtenis. De arts begon met een pincetje, dat brak. Daarna een grove pincet, ook die brak. De arts was ondanks dit alles erg vrolijk en vroeg een verpleegster naar een grote gereedschapskist. We hebben zowaar erg gelachen. Na veel gesjor en getrek bleek de hechtdraad te vast te zitten, alleen het uitstekende stukje is afgeknipt en daarmee verdwenen de klachten voor het grootste deel. Missie mislukt, doel behaald.

Mijn conclusie, een aantal jaren na een pittig hartinfarct;

Er is beslist leven mogelijk na een infarct, de wijze waarop is uiteraard geheel afhankelijk van aard en omvang van de schade. Mijn advies, praat, praat en nog eens; praat! Ik kon het niet en dat heeft me vier jaar van mijn leven gekost, maak niet dezelfde fout.

April 2004 ging het toch weer mis, zie mijn hartinfarct 2004

Terug naar boven

www.hartinfo.nl