www.hartinfo.nl

cholesterolInformatie over cholesterol

Cholesterol is een vetachtige stof die door het lichaam zelf wordt geproduceerd.
Het is de grondstof voor de produktie van bepaalde hormonen en het is nodig als bouwstof voor lichaamscellen. Cholesterol is dus een nuttige en zelfs onmisbare stof.

Hoewel de meeste cholesterol door het lichaam zelf aangemaakt wordt, komt ook een klein deel via de voeding het lichaam binnen. Vooral via cholesterolrijke voedingsmiddelen als eierdooiers, garnalen, lever en niertjes. Het eten van veel cholesterolrijk voedsel kan het cholesterolgehalte in het bloed verhogen. De ongunstige invloed van cholesterol in voeding is echter minder groot dan die van verzadigd vet.
De hoeveelheid cholesterol die het lichaam zelf aanmaakt is namelijk sterk afhankelijk van de hoeveelheid verzadigde vetten die gegeten wordt.
Zowel door verkeerde voeding als door erfelijke factoren kan het lichaam teveel cholesterol aanmaken.

Een te hoog cholesterolgehalte in het bloed vergroot de kans op een hart- of vaatziekte, maar helaas ook en misschien wel nog meer, op een herseninfarct (CVA). De aders en slagaders in en rond de hersenen zijn zeer fijn vertakt en daarmee zeer gevoelig voor verstoppingen. De effecten van een herseninfarct zijn vaak ook zeer ingrijpend.

Cholesterol hecht zich vooral aan beschadigingen in de wanden van de bloedvaten. Daardoor blijven er stolsels, resten van bloedcellen en vetten plakken aan de wanden waardoor er vernauwingen ontstaan. Dit proces wordt ook wel aderverkalking genoemd.

Cholesterol en andere vetten lossen niet vanzelf op in het bloed. Kleine bolletjes cholesterol worden omgeven door een laagje eiwit en op die manier getransporteerd door het lichaam.
Er zijn 2 soorten eiwit-cholesteroldeeltjes.

  • Het LDL (Low Density Lipoproteïne)-cholesterol, ook wel het "slechte" cholesterol genoemd
  • HDL (High Density Lipoproteïne)-cholesterol, het "goede" cholesterol.
LDL vervoert het cholesterol vanuit het spijsverteringskanaal naar verschillende delen van het lichaam. Onderweg kan het cholesterol zich in beschadigde wanden van slagaders nestelen.
Het "goede" cholesterol, HDL-cholesterol voert juist het teveel aan cholesterol af naar de lever. De lever zorgt ervoor dat het cholesterol in de darmen komt en met de ontlasting wordt uitgescheiden.
U kunt beter een hoog HDL-cholesterol gehalte hebben, omdat dit de kans op een hartinfarct verkleint.

Als er veel vet, met name veel verzadigd vet, in de voeding voorkomt, maakt het lichaam meer cholesterol aan, waardoor het cholesterolgehalte in het bloed stijgt.
Er zijn twee soorten vet: verzadigd en onverzadigd vet. Verzadigd vet verhoogt het cholesterolgehalte in het bloed en daarmee het risico op hart en vaatziekten. Verzadigd vet komt veel voor in roomboter, margarine, volvette kaas, volle melkproducten, vet vlees en vette vleeswaren, koekjes, chocolade, gebak en snacks.
Onverzadigd vet verlaagt het cholesterolgehalte en komt veel voor in goede olijfolie en andere plantaardige olieën en in alle soorten vis

Trapt u niet in de fabeltjes die de becel-reclame u wil doen geloven, er zijn heel veel vergelijkbare producten op de markt die veel goedkoper zijn en minstens net zo effectief.

In sommige families komt al op een jonge leeftijd een veel te hoog cholesterolgehalte voor. Deze mensen hebben vaak een aangeboren neiging om teveel cholesterol aan te maken. Dit wordt erfelijke hypercholesterolemie genoemd. Als bij uw ouders, broers, zussen, ooms of tantes al voor hun zestigste een te hoog cholesterolgehalte of hart- en vaatziekten voorkomen, is het verstandig dit aan uw arts te melden.

Een te hoog cholesterolgehalte kan ook worden veroorzaakt door een traag werkende schildklier, door suikerziekte en door gebruik van bepaalde medicijnen.

Een te hoog cholesterolgehalte vergroot de kans op hart- en vaatziekten. Uw cholesterolgehalte wordt gecontroleerd met een bloedonderzoek.
Omdat het cholesterolgehalte van nature schommelt kan een hoge waarde een uitschieter zijn. Daarom zal uw arts meestal twee of drie bloedonderzoeken doen (met minimaal een week ertussen). Bij het eerste onderzoek meet uw arts de totale hoeveelheid cholesterol.

Totale cholesterolwaarden (uitgedrukt in millimol per liter, oftewel mmol/l)

  • Lager dan 5 mmol/l: goed
  • 5 tot 6,5 mmol/l: licht verhoogd
  • 6,5 tot 8 mmol/l: hoog
  • Hoger dan 8 mmol/l: sterk verhoogd
Bij het tweede en eventuele derde onderzoek wordt ook het HDL- en triglyceridegehalte in het bloed gemeten. Triglyceriden zijn een soort vet. Deze waarden worden bepaald om vast te stellen of en welke medicijnen nodig zijn. Voor dit onderzoek moet u nuchter zijn. Uw arts zal u uitleggen wanneer dit noodzakelijk is.

HDL-cholesterol wordt wel het "goede" cholesterol genoemd omdat het cholesterol uit het lichaam afvoert. Bij een hoog HDL-cholesterol blijkt een hartinfarct minder voor te komen. Dus: hoe hoger uw HDL-cholesterol hoe beter. Bij een HDL-cholesterolgehalte dat lager is dan 0,9 mmol/liter is er een verhoogd risico op het ontstaan van hart- en vaatziekten. Het HDL-gehalte komt zelden uit boven de 2,0 mmol/liter. U kunt uw HDL-cholesterol verhogen door te stoppen met roken, af te vallen als u te zwaar bent en door te zorgen voor voldoende lichaamsbeweging.

Uw lichaam bevat naast cholesterol ook veel vetten in de vorm van triglyceriden. Overmatig gebruik van alcohol verhoogt het triglyceridegehalte. Mensen hebben vaak ook een hoog triglyceridegehalte als ze een laag HDL-cholesterolgehalte hebben. Deze combinatie vergroot de kans op hart- en vaatziekten. Het normale triglyceride-gehalte is lager dan 2,2 mmol/liter. Hoe lager het gehalte, hoe beter.

Als het cholesterolgehalte te hoog is en als aanpassing van de voeding na drie á zes maanden geen of te weinig effect heeft, zal uw arts cholesterolverlagende medicijnen voorschrijven. Vaak krijgen mensen die een hartinfarct hebben gehad en een cholesterolgehalte boven de 5 mmol/liter hebben of mensen die een erfelijke aanleg hebben voor een hoog cholesterolgehalte (erfelijke hypercholesterolemie) direct medicijnen voorgeschreven. Bijna altijd moet u samen met deze medicatie ook een dieet volgen.

Uw arts kiest welke geneesmiddelen voor u geschikt zijn. Elk van die geneesmiddelen heeft een iets andere werking. Vaak moet u meerdere medicijnen gebruiken. Volg altijd het advies van uw arts op en laat hem meteen weten als u last krijgt van bijwerkingen. Besluit nooit in uw eentje om de medicijnen niet langer in te nemen.

Er zijn veel verschillende medicijnen die het cholesterolgehalte beïnvloeden, ze zijn in drie groepen in te delen.

Cholesterol synthese remmers
Deze stimuleren de afbraak van cholesterol. Bekende namen zijn pravastine (in de handel als Selektine), simvastatine (in de handel als Zocor), fluvastatine (in de handel als Lescol of Canef) en cerivastatine (in de handel als Lipobay).
Mogelijke bijwerkingen zijn: moeilijke stoelgang, maagpijn, krampen en winderigheid. Sommige patiënten hebben klachten over spierpijn, slapheid en bruine urine.

Galzuurbindende harsen
Deze binden zich in de darmen aan de galzuren, die veel cholesterol bevatten. Het lichaam raakt het cholesterol vervolgens via de ontlasting kwijt. Bekende middelen zijn cholestyramine (in de handel als Questran) en cholestipol (in de handel als Colestid).
Galzuurbinders zijn meestal poeders, die u kunt mengen met water of sap.
Mogelijke bijwerkingen zijn: moeilijke stoelgang, opgeblazen gevoel, winderigheid en misselijkheid. U kunt dit voorkomen door vezelrijk te eten en veel te drinken.

Fibraten
Hoe fibraten precies werken is nog niet helemaal duidelijk, maar ze verlagen het tricyceride-gehalte en ze verhogen dat van het HDL-cholesterol. Bekende middelen zijn gemfibrozil (in de handel als Lopid), bezafibraat (in de handel als Bezalip), en ciprofibraat (in de handel als Modalim).
Sommige gebruikers krijgen last van maagklachten.

Als uw arts medicijnen voorschrijft zal hij regelmatig uw bloed onderzoeken. Bespreek met uw arts welk cholesterolgehalte voor u goed is. Vraag hem hoelang het duurt voor u dat doel bereikt en of u dan door moet gaan met de medicijnen.

Wilt u meer weten over cholesterolverlagende medicijnen, vraag dan om meer informatie bij uw huisarts, apotheker of specialist.

www.hartinfo.nl